|
|
|
Hiking Navigatie - Hoe Gebruik je een Wandelkaart
Reizen & Vakanties
Deel uw Mening
Doorsturen
Printen
Een grondregel van Hiking is dat je nooit zonder een goede Kaart op pad moet gaan. Zelfs als je bekend bent met het gebied en als je van plan bent op goed gemarkeerde paden te blijven wordt aangeraden een kaart mee te nemen. Onvoorziene situaties, zoals onweer, bliksem, ongelukken en beschadigde paden kunnen ervoor zorgen dat je van het pad af gaat; op zulke momenten kan een kaart het verschil maken tussen verdwalen en veilig thuis komen. In dit gedeelte bekijken we alle facetten van een goede Wandelkaart, en hoe ze te gebruiken en te lezen:
- Schaal: dit is de mate waarmee de kaart verkleind is. Bijvoorbeeld 1:100.000 betekent dat 1 cm overeenkomt met 100.000 cm. (of 1 km). Hoe kleiner de schaal, hoe gedetailleerder de kaart. De schaal kan gebruikt worden om de afstand tussen twee punten te meten; maar hou wel rekening met het feit dat dit vooral in bergachtige gebieden erg kan afwijken van de werkelijke afstand. Het tekenen van een Hoogte en Afstand Verhouding Diagram kan een beter beeld geven van de echte afstand.
- Longitudinale lijnen: dit zijn de denkbeeldige lijnen die van noord naar zuid over de aarde lopen. De meridiaan (0 graden) loopt door Greenwich in Groot Britannie. De lengtegraad wordt gemeten in graden, minuten en seconden naar het oosten of westen van deze meridiaan. De internationale datumgrens ligt op 180 graden van de meridian, ten oosten van Nieuw Zeeland.
- Latitudinale lijnen: dit zijn de denkbeeldige lijnen die van oost naar west over de aarde lopen. De evenaar is de nul graden meridiaan, en alles wat er boven of onder ligt wordt gemeten in graden, minuten en seconden. Goede kaarten geven de lengte- en breedtegraad zodat je Wandelgebied altijd terug gevonden kan worden op de aarde.
- Contour/ Hoogte lijnen: dit zijn lijnen die parrallel lopen aan de hoogte van het gebied; je kan dus goed zien waar bergen en valleien zich bevinden. Contourlijnen worden op vaste intervals op verschillende hoogtes aangegeven. Een interval van 50 meter betekent bijvoorbeeld dat hoogtelijnen worden aangegeven op 400, 450, 500, etc, meter boven het zeeniveau. De hoogte van de primaire hoogtelijnen worden bijgeschreven, terwijl je de hoogte van de secundaire lijnen kunt afleiden uit de intervals. Met behulp van de contourlijnen moet je een beeld kunnen scheppen van het gebied.. daar waar de contourlijnen dicht bij elkaar zitten is er een stijle helling. Veel kaarten gebruiken symbolen om extreem steile hellingen zoals bergwanden en watervallen aan te geven.
-
Magnetische Afwijking: goede kaarten geven de magnetische afwijking aan; dit is het verschil tussen het magnetische noorden en het werkelijke noorden. Met deze kennis kun je je kompas beter aflezen en kan je het absolute noorden vinden. Ga naar Navigeren & Orienteren met een Kompas voor meer informatie over de magnetische afwijking.
- Kaart nummer: de meeste kaarten zijn genummerd en hebben een schema dat aangeeft waar die kaart past in de omliggende kaarten. Zodoende kan je makkelijk de benodigde kaarten vinden die je nodig hebt voor je Hikingtocht.
- Printdatum: bijna alle kaarten vermelden hun printdatum. Dit is erg belangrijk om een recente kaart te gebruiken. Vertrouw niet op oude kaarten en probeer de meest recente kaart te pakken te krijgen. Voor meer informatie, raadpleeg ons artikel Hiking Voorbereidingen - Terrein Condities.
- Legenda: de legenda verklaart de symbolen en de betekenissen van de verschillende lijnen en kleuren die op een kaart staan. De meeste symbolen zijn gestandaardiseerd, maar kunnen varieren per land of per organisatie die de kaart uitgeeft. Bekijk de legenda van je kaart, en wees er zeker van dat je niet nog uitgaat van de legenda van een oude kaart.
- Paden, wegen, treinsporen, kabelbanen, veerpont routes etc: kaarten gebruiken verschillende kleuren en stijlen om aan te geven hoe verschillende paden en wegen over de kaart lopen. Sommige kaarten geven zelfs aan hoe moeilijk een pad is, en of het een winter of een zomer pad is. Als je je op een pad bevindt kan je dus deze lijnen gebruiken om je pad te blijven volgen, of om een alternatieve route te zoeken naar je bestemming.
- Wandel Duur: sommige kaarten van bergachtig gebied geven de wandeltijd van paden aan op de kaart, of komen met een boekje waarin dit vermeld staat. Zoals gezegd is de schaal niet een betrouwbare manier om de lengte van een pad te bepalen op een kaart. Tevens kunnen obstakels en het terrein de tocht langer maken dan verwacht. Daarom geven sommige kaarten aan hoelang een gemiddelde wandelaar zou doen over een pad. Soms staat er zelfs de moeilijkheidsgraad bij, en een lijstje met de obstakels die overwonnen moeten worden. als je in een nieuw gebied loopt, neem dan eerst een kort pad, en vergelijk jezelf met wat de kaart beschouwt als een gemiddelde wandelaar.
- Andere natuurlijke en niet natuurlijke dingen: naast paden en wegen zullen de meeste kaarten symbolen hebben voor bijvoorbeeld bruggen, huizen, watervallen, rivieren, meren, etc. Deze helpen je om je positie op de kaart te bepalen.
Hiking Kaarten worden vaak gebruikt bij het Orienteren en Navigeren. In het volgende gedeelte kijken we naar Kompas Navigatie en GPS Navigatie.
|
|
|